Moederhuis Fraters (Tilburg)

Frater Salesius was een rijzige magere man van in de vijftig. Hij gaf wiskunde, zonder empathie of een sprankje humor. De Heer had hem een sombere roeping toebedacht. De Blijde Boodschap had hem geen vreugde gebracht en voor ons was hij de strengste.

Opgestookt door tekenleraar Arthur Hesselbach bereidden wij een tegenoffensief voor. Arthur was tegendraads en hekelde het Rooms-katholieke regime van onze MULO. Deze ‘leek’ met baard en lang haar tartte het corps door in de lerarenkamer tijdens de pauze een lunch te bereiden uit een pak Brinta, een fles yoghurt en rietsuiker. De fraters aten witte boterhammen met pindakaas uit plastic trommels.

Arthur bedacht het scenario en liet ons repeteren tijdens de tekenles. Zijn opdracht ‘smoel achter glaswerk’ had even geen prioriteit. Hij genoot van onze neiging tot rebellie en lachte revolutionair tijdens de generale repetitie.

In de middag hadden we Salesius. We vroegen ons af of we het durfden. Maar toen deze heerser zich tot het schoolbord keerde, lieten zesendertig leerlingen een hb-potlood op de grond vallen en doken weg onder hun schoolbank. Zesendertig hb-potloden, het klonk als voodoo. Doodse stilte in de klas, onder de tafeltjes was de spanning te snijden. Salesius werd geconfronteerd met een lege klas, de leegte van zijn roeping.

Na tien tellen kwamen wij weer in het gelid. Even zagen wij de frater met wijd opengesperde ogen in onze dagelijkse hel staren. Toen staken we de rechterwijsvinger omhoog en neurieden met dreigende bewegingen: ‘pssss…pssss….pssss’. Salesius was Salesius niet meer. Hij blokkeerde in al zijn vezels en liep met vuurrood hoofd en ingehouden woede de klas uit. Hij weigerde ons dat schooljaar nog les te geven. Wij zaten er niet mee.

 

Bron:  buskerblogs.blogspot.com/2009/10/fraters-2.html